Vaak vergeten: het recht van reclame

Het zal u ongetwijfeld niet zijn ontgaan dat er de afgelopen periode behoorlijk wat faillissementen zijn uitgesproken.

Voor een leverancier van goederen die heeft geleverd maar onbetaald is gebleven, is een faillissement extra frustrerend; de leverancier is zijn spullen kwijt en kan in veruit de meeste gevallen ‘fluiten naar zijn centen’. Veel leveranciers trachten zich tegen een dergelijk scenario dan ook terecht in te dekken door bijvoorbeeld een eigendomsvoorbehoud te bedingen. Dit eigendomsvoorbehoud betreft een tussen de leverancier en de koper gemaakte afspraak, waarbij de leverancier zich de eigendom van de door hem geleverde goederen voorbehoudt, zolang de koper de koopprijs nog niet heeft voldaan. In het geval de koper dan in staat van faillissement mocht komen te verkeren, kan de leverancier op grond van het eigendomsvoorbehoud de onbetaald gebleven goederen van de curator terugvorderen.

Een eigendomsvoorbehoud kan worden opgenomen in de koopovereenkomst, maar is in de praktijk meestal te vinden in de algemene voorwaarden van de leverancier. Indien de algemene voorwaarden op een juiste wijze van toepassing worden verklaard en ook daadwerkelijk op de juiste wijze c.q. het juiste tijdstip aan de koper ter hand worden gesteld, zal de rechtsgeldigheid van het eigendomsvoorbehoud in beginsel niet ter discussie staan. Echter, in het geval de algemene voorwaarden bijvoorbeeld niet of niet tijdig aan de koper ter hand zijn gesteld, zouden deze kunnen worden vernietigd. Als de curator in geval van een faillissement van de koper om die reden dan de vernietiging van de algemene voorwaarden inroept, kan de betreffende leverancier geen beroep meer doen op een eventueel daarin opgenomen eigendomsvoorbehoud. Het gevolg daarvan is dan dat hij de geleverde zaken niet meer kan terugvorderen. Sterker nog: hem rest alsdan niets anders dan zijn vordering in te dienen in het faillissement.

Wat veel leveranciers echter niet weten, althans vergeten, is dat ze zich in een dergelijke situatie veelal nog wel kunnen beroepen op het zogenoemde recht van reclame. Kort gezegd houdt dit recht in dat de verkoper van een roerende zaak (bijvoorbeeld een machine of een tafel) deze zaak mag terugvorderen wanneer de koper de koopprijs niet (geheel) heeft voldaan.

In tegenstelling tot het eigendomsvoorbehoud is het recht van reclame een wettelijk recht; het behoeft derhalve niet contractueel te worden bedongen. Indien de leverancier van dit recht gebruik wenst te maken, dient hij daarbij wel een aantal formaliteiten in acht te nemen. Naast het feit dat er bevoegdheid tot ontbinding dient te bestaan, dient het recht schriftelijk te worden in geroepen binnen een bepaalde termijn. Immers, de bevoegdheid om het recht van reclame in te roepen vervalt wanneer (art. 7:44 BW) zowel zes weken zijn verstreken nadat de vordering tot betaling van de koopprijs opeisbaar is geworden, als zestig dagen nadat de zaak aan kopers zijde is opgeslagen.

Het recht van reclame behoudt ook in geval van faillissement zijn werking en heeft een zogenoemde goederenrechtelijke werking. Of te wel: na het inroepen van het recht van reclame is de leverancier dus weer eigenaar van de betreffende zaak. Indien de koper tussentijds onverhoopt failliet mocht zijn gegaan, raakt dat de leverancier niet, omdat hij de roerende zaak dan namelijk van de curator kan opeisen.

Naast een (rechtsgeldig bedongen) eigendomsvoorbehoud kan een beroep op het recht van reclame leveranciers van geleverde doch onbetaald gebleven zaken dus zeer behulpzaam zijn bij het beperken van hun schade in geval van een onverhoopt faillissement van één van hun kopers. Maak er dus (meer) gebruik van! Pesman Advocaten kan u hierbij (indien gewenst) helpen.

Erik de Boer, advocaat.