Showroommodellen vormen voorraad
Insolventierecht. De Hoge Raad heeft bepaald dat showroommodellen worden gezien als handelswaar en dus niet vallen onder het bodemvoorrecht van de fiscus.
De afwikkeling van een faillissement vormt een snijpunt van voorrechten van crediteuren. Onderhavig geschil is ontstaan bij de afwikkeling van het faillissement van Royal Sleeptrend B.V. en Solatido B.V., uitgesproken op 13 oktober 2006. Deze ondernemingen exploiteerden maar liefst 23 winkels, waarin slaapkamerameublementen als showroommodellen werden tentoongesteld. De voorraad van de ondernemingen was stil verpand aan ING Bank N.V. In het kader van de afwikkeling van het faillissement ging de curator, na overleg met ING Bank N.V. en de Belastingdienst, over tot de verkoop van de gehele voorraad, waaronder ook begrepen alle showroommodellen. De totale verkoopopbrengst met betrekking tot de voorraad betrof een bedrag ad € 415.000,--. Ten tijde van de uitspraak van het faillissement had de Belastingdienst nog een aantal vorderingen op de ondernemingen van curandi. De wet kent aan de Belastingdienst het zogeheten ‘bodemvoorrecht’ toe ten aanzien van een specifieke categorie belastingschulden. Dit houdt in dat de opbrengst van de verkoop van de tot de faillissementsboedel behorende ‘bodemzaken’ toekomt aan de Belastingdienst. Met andere woorden de Belastingdienst gaat in dat geval ‘voor’ op ING Bank N.V.
De curator, de Belastingdienst en ING Bank N.V. verschillen van mening over het feit of de onderhavige showroommodellen aan te merken zijn als ‘bodemzaken’. Aan de hand van de uitkomst van het geding komt vast te staan aan welke partij de opbrengst van de showroommodellen toekomt, te weten de Belastingdienst (lopend via de faillissementsboedel) of ING Bank N.V. Deze opbrengst betreft een bedrag ad € 232.400,--.
De Hoge Raad heeft op 9 december 2011 haar oordeel gegeven in het onderhavig geschil. De Hoge Raad oordeelt dat showroommodellen – of zij nu ooit verkocht worden of niet – behoren tot de handelswaar voor de verhandeling waarvan het gebouw juist dient. De showroommodellen worden met een zekere regelmaat vervangen door aan de mode van het moment of aan de eisen des tijds beantwoordende nieuwe modellen. Daarom strekken de showroommodellen niet tot een enigszins duurzaam gebruik van de winkel of showroom waarin zij zijn opgesteld. Showroommodellen worden derhalve niet als ‘bodemzaken’ aangemerkt. De Belastingdienst werd dus geen voorrecht toegekend met betrekking tot de opbrengst. De opbrengst valt onder het pandrecht van ING Bank N.V. Deze uitspraak dient een curator in een faillissement van een winkel met showroom in gedachten te houden, als hij door de showroom loopt.
Hoge Raad, 10 / 02164, LJN: BT2700, 9 december 2011
M.A. Kramer, sectie insolventierecht