Koper in beginsel zelf verplicht het bestemmingsplan in te zien
Vastgoedrecht. Kopers hebben een koop-/aannemingsovereenkomst gesloten met de verkoper. Ten behoeve van de verkoop van de appartementswoningen heeft de makelaar een verkoopbrochure vervaardigd. In die brochure is onder meer opgenomen dat het ontwerp voorziet in een vrije uitkijk over de omgeving. Nadat de koop is gesloten wordt tegenover het appartementcomplex een gebouw gerealiseerd met een hoogte van 30 meter, waardoor de vrije uitkijk over de omgeving grotendeels is vervallen.
Is de makelaar verplicht informatie m.b.t. het bestemmingsplan voor de (omliggende) gronden aan potentiële kopers te geven, is de vraag die bij de Rechtbank Dordrecht voorlag.
De rechtbank stelt voorop dat op kopers in beginsel een onderzoeksplicht rust ten aanzien van de mogelijke bebouwing van de omliggende percelen. Deze onderzoeksplicht komt slechts dan te vervallen als door of namens verkoper zonder enig voorbehoud mededelingen zijn gedaan. Alsdan behoefde bij kopers immers geen twijfel meer te bestaan over het bestaan van de eigenschap van een blijvend vrij uitzicht en mocht nader onderzoek achterwege blijven. De door verkoper gedane mededeling in de verkoopbrochure vormt geen garantie omtrent een blijvend vrij uitzicht. Een mededelingsplicht voor de verkopend makelaar over de bebouwingsmogelijkheden in de omgeving neemt de rechtbank alleen dan aan als het voor verkoper kenbaar was dat het blijvend vrije uitzicht van doorslaggevend belang was bij de aankoop. Als daarover dan onjuiste mededelingen worden gedaan door de verkopend makelaar, dan is sprake van dwaling bij de kopers.
Rechtbank Dordrecht, Rechtspraak Vastgoedrecht (RVR) 2011/120, LJN: BR6476
G. Kramer, advocaat
