Fundamentele veranderingen in de ruimtelijke ordening.

Op juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden; daardoor is er het nodige veranderd in het ruimtelijk ordeningsrecht. Deze veranderingen worden in de praktijk nu merkbaar. De Wro regelt de overheidstaken en de rechten en plichten van burgers, bedrijven en instellingen bij het maken van ruimtelijke plannen. Wat is er dan allemaal veranderd? Behoorlijk veel.  Vooral procedureel moet de burger en ondernemer een andere route bewandelen. Zo is de bij velen bekende artikel 19-procedure verdwenen. Daarvoor is in de plaats gekomen het projectbesluit, een nieuwe procedure, of een zogeheten postzegelbestemmingsplan met gewijzigde beroepsmogelijkheden.
Burgers, maar vooral ook ondernemers zullen straks ook kunnen profiteren van de nieuwe Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze nieuwe wet maakt het mogelijk om projecten straks met één zogenoemde omgevingsvergunning verleend door één bestuursorgaan te realiseren, in plaats van met verschillende vergunningen die daar nu voor nodig zijn, zoals een bouwvergunning, milieuvergunning, sloopvergunning, kapvergunning, monumentenvergunning en/of reclamevergunning etc. Naar alle waarschijnlijkheid zal de Wabo per 1 oktober  2010 inwerking treden. Hoewel de zaken vereenvoudigen bestaat er bij nieuwe wetgeving altijd onduidelijkheid over toepassing daarvan in de praktijk. Ondernemers doen er dan ook verstandig aan om zich daarover te laten informeren.

Wanneer we spreken over ruimtelijke ordening dan kunnen we moeilijk voorbij gaan aan de economische crisis. Het is duidelijk dat de crisis behoorlijke gevolgen heeft en nog zal hebben voor de bouwsector; ook in Noordwest – Holland. Banken houden de hand op de knip, kopers trekken zich terug en projecten worden stilgelegd. Het kabinet heeft gepoogd de gevolgen van de crisis te verzachten door de Crisis- en herstelwet op 31 maart jl. Deze wet heeft een beperkte geldingsduur (vier jaar) en biedt mogelijkheden om vastgelopen gebiedsontwikkelingen vlot te trekken en procedures sneller te laten verlopen. Dit afwijkende regime is alleen van toepassing op concrete bouwprojecten waarmee op korte termijn kan worden begonnen en die een positief effect hebben op de werkgelegenheid. In de bijlagen bij deze wet is een aantal projecten opgenomen, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen categorieën projecten en aangewezen concrete projecten. Zo vallen woningbouwprojecten van 12 tot maximaal 2000 woningen en de bouw van onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen  onder het verlichte regime van de regeling. Dit kan interessant zijn voor woningcorporaties en aannemers. Valt een project binnen het bereik van de Crisis- en herstelwet (bijvoorbeeld een nieuwbouwproject) dan kan er voor worden gekozen om een aanvraag te doen voor de snelle procedure volgens deze wet.

Het afwijkende regime kan grote gevolgen hebben voor belanghebbenden, zoals omwonenden of concurrenten. De procedure is versneld. In een aantal gevallen is de mogelijkheid van beroep beperkt tot  één instantie, er is geen latere aanvulling van de gronden van beroep meer mogelijk, het zogeheten pro forma beroep, en uitspraak word gedaan binnen 6 maanden na de beroepstermijn. Het is dus opletten geblazen voor deze belanghebbenden. Bovendien dient een ondernemer oplettend te zijn of hij  te maken heeft met een project waarvoor hij een beroep kan doen op de Crisis- en herstelwet.

De veranderingen in het ruimtelijk ordeningsrecht  zijn zeker interessant voor alle partijen in de bouwsector. Om daarvan te profiteren dient de juiste weg tijdig te worden bewandeld. Daarvoor is deskundigheid vereist. Pesman Advocaten is u daarbij graag van dienst. 

Guido de Wit en Rosie de Weerd, beide advocaat