Naar een uniforme regeling voor vergoeding wachttijd in stads- en streekvervoer? Vervoerder bereidt u voor!

Na de Europese Verordening met betrekking tot passagiersrechten in de luchtvaart zijn verordeningen afgekon-digd voor spoorwegpassagiers, voor vervoer per schip en voor de lange busreizen. Ook voor stads- en streekvervoer zijn inmiddels compensatieregelingen ontworpen, vooruitlopend op Europese regelingen voor passagiersbescherming bij vertraging en annulering in dit vervoerssegment. Vervoerders in dit segment lijken er goed aan te doen hierop vooruitlopend over te gaan tot het opstellen van een compensatieregeling. Daarbij zou rekening gehouden moeten worden met de volgende facetten.

Inleiding

Openbaar vervoer in stad en streek speelt een belangrijke rol bij woon/werkverkeer, naast vakantie- en vrije tijds vervoer. Hierbij wordt gewerkt met een dienstregeling waarop de reiziger moet kunnen vertrouwen. Welke mogelijkheden heeft de reiziger wanneer gedurende langere tijd dit vervoer niet mogelijk is? Staat de reiziger, soms letterlijk, in de kou of dient de vervoerder hem tegemoet te komen. De passagier is consument maar stads- en streekvervoer valt nog niet onder de bestaande Europese consumenten beschermingsparaplu. Wanneer hiervoor een regeling komt dan mag worden verwacht dat aansluiting wordt gezocht bij de bestaande verordeningen. De hierin te onderkennen trend leg ik naast de bestaande compensatieregelingen in Nederland. Het doel van de Europese wetgever bij het opstellen van deze verordeningen is het realiseren van harmonisatie binnen alle vervoerstypen waar het gaat om compensatie bij vertragingen.

Bestaande compensatieregelingen

De verordening inzake compensatie voor luchtreizigers is vastgesteld in 2004, in werking getreden in 2005 en geldt voor passagiers die vertrekken of aankomen op een luchthaven binnen de EU. Bij annulering van een vlucht moet de luchtvaartmaatschappij de passagiers de mogelijkheid geven te kiezen tussen het terug betalen van de reissom voor het deel dat de reis niet is afgelegd of de gelegenheid worden geboden om, bij een eerstvolgende gelegenheid, naar de eindbestemming te vliegen. In de tussentijd moet de passagier door de luchtvaartmaatschappij worden verzorgd, dat wil zeggen van voedsel of een hotelaccommodatie worden voorzien. Bij vertraging van, op kortere vluchten, twee uur of meer bestaat de aan te bieden compensatie behalve uit maatlij-den en verfrissingen tot een forfaitair bedrag. De hoogte is afhankelijk van de afstand van de vlucht en de mate van vertraging en varieert van € 250,= tot € 600,=.

Bij ‘buitengewone omstandigheden’ hoeft de luchtvaartmaatschappij geen vergoeding te bieden. Dan gaat het om omstandigheden zoals politieke instabiliteit, extreme weersomstandigheden of stakingen. Het moet gaan om omstandigheden waarop de luchtvaartmaatschappij geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen. Technische mankementen worden doorgaans niet als zulke buitengewone omstandigheden aangemerkt.

Lessen die uit deze verordening voor compensatie voor passagiers van stads- en streekvervoer kunnen worden getrokken zijn dat duidelijk moet zijn omschreven wat “vertraging” inhoudt en wat onder de begin- en eindbe-stemming moet worden verstaan. Zou er onderscheid moeten worden gemaakt tussen vertraging en annulering in het stads- en streekvervoer? Kan gewoon naar de volgende bus verwezen worden?

Voor langere reizen met een bus of touringcar bestaat een Europese Verordening die van kracht zal worden in 2013. Het gaat hierbij om busreizen van tenminste 250 km, waarbij de in- of uitstapplaats ligt op het grondgebied van de EU. Bij een vertraging van 2 uur of meer dient aan de passagier de mogelijkheid te worden geboden om het vervoersbewijs terug te geven. Bij een geringere vertraging kan het recht op maaltijden of verfrissingen ontstaan. Onder omstandigheden kan dit een overnachting omvatten. Ook hier weer behoudens een buitengewone situatie die als overmacht kan worden aangemerkt. In de verordening voor lange afstand busreizen zijn start- en eindpunt in de vervoersovereenkomst zelf overeengekomen. Bij een open vervoerbewijs liggen die niet vast. Een open vervoersovereenkomst is hier dan ook van de compensatieregeling uitgesloten. Of dat onder alle omstandigheden redelijk is, is nog maar de vraag.

Stads- en streekvervoer

Hoe ontwerp je een goede compensatieregeling voor het stads- en streekvervoer? Dit vervoer is over het algemeen niet grensoverschrijdend. Het Europees Parlement heeft in een debat hierover toch gezegd: “We maken ons sterk voor geharmoniseerde regels voor de rechten van alle soorten reizigers”.

De huidige situatie in Nederland kent sinds de invoering van de Wet Personenvervoer 2000 een systeem waarbij stads- en streekvervoer per stad of regio openbaar wordt aanbesteed. In de vorm van concessies voor bepaalde tijd. Nederland is onderverdeeld in 47 regio gebonden concessiegebieden. Bij de uitvoering van enkele concessies is al sprake van een garantie door middel van een compensatiesysteem, meestal in de vorm van gratis kaartjes bij ernstige vertraging of annulering. In de huidige concessiegebieden waarin compensatie mogelijk is, varieert de vergoeding tussen € 3,50 en € 15,00 per incident. In slechts 11 van de concessies in het stads- en streekvervoer geldt echter een regeling die enig recht op compensatie bij vertraging of uitval biedt. De onderlinge verschillen, qua minimale vertraging en qua vergoeding zijn fors.

Het doel van een compensatieregel is mede het stimuleren van een betere reizigersmarkt. Wanneer dit geldt voor de luchtvaart en voor spoorwegpassagiers, waarom dan niet ook voor het stads- en streekvervoer met de bus. Het implementeren van een dergelijke verordening kan relatief eenvoudig door het onderdeel uit te laten maken van het Progamma van Eisen bij de aanbestedingsprocedure. Thans kennen we nog een oerwoud aan vervoerbewijzen in het stads- en streekvervoer. Het is de vraag wat de komst van de OV-chipkaart hierin zou verandering. In een OV-chipkaart zijn begin en het eindpunt zijn niet vooraf overeengekomen, het gaat om een open vervoerbewijs. Hoe kan dan aannemelijk worden gemaakt dat sprake is van vertraging en zo ja, hoeveel bedraagt die? Een mogelijke regeling zou zijn dat een buspassagier bij het uitvallen van zijn bus zonder meerkosten gebruik mag maken van de eerstvolgende bus, ook wanneer het gaat om zogenoemd ‘hoogwaardig openbaar vervoer’ zoals de Q-liner.

Een eenvormig landelijk compensatiesysteem in het stads- en streekvervoer zou de volgende kenmerken kunnen hebben. Een passagier krijgt recht op compensatie indien:
a. de bus later vertrekt dan de eerstvolgende rit met dezelfde bestemming, respectievelijk een maximale wachttijd van 30 minuten wordt overschreden of
b. de laatste rit eerder vertrekt van de halte dan de oorspronkelijke vertrektijd, de zogenoemde “thuiskom garantie”.

Afgezien van verzorging in de vorm van maaltijden en verfrissingen, zou het moeten gaan om een geldelijke vergoeding, naast compensatie voor eventueel gemaakte extra kosten. De “thuiskom garantie” zou kunnen bete-kenen dat de reiziger op kosten van de vervoerder bijvoorbeeld een taxi kan nemen. De hoogte van de compensatie zou gelijke tred kunnen houden met die welke wordt gegeven in de verordening Buspassagiers bestemd voor de lange busreis.

Conclusie

Om een uniforme regeling te bereiken die ook in het stads- en streekvervoer compensatie biedt bij vertraging of annulering zullen de begrippen vertraging en beginpunt en eindbestemming duidelijk omschreven moeten worden zodat het voor passagiers helder is waar men aan toe is. Voorts moet duidelijk zijn wanneer de vervoerder een beroep op ‘buitengewone omstandigheden’, overmacht kan doen. Het systeem zal voor de passagier begrijpelijk en voor de vervoerder niet onnodig ingewikkeld of kostenverhogend moeten werken. De regeling moet wel zo worden ingericht dat niet alleen reguliere passagiers maar ook passagiers met bijvoorbeeld abonnement of een kortingskaart desnodig compensatie kunnen claimen.

Met deze omstandigheden rekeninghoudend moet het mogelijk zijn om een uniform compensatie systeem voor het stads- en streekvervoer te ontwikkelen, ook voor passagiers die een OV-chipkaart gebruiken. Hiermee moet recht worden gedaan aan de positie van de passagier, zeker wanneer die zakelijk of in verband met woon/werkverkeer van een bus gebruik maakt. Of er op afzienbare termijn een Europese Verordening komt die een compensatieregeling aan stads- en streekvervoerders op legt, is nog maar de vraag. Dat hoeft er niet aan in de weg te staan dat voor de Nederlandse situatie een bij de aanbesteding van concessies op te leggen uniforme compensatie regeling wordt ontwikkeld, zodanig dat de tijd dat wachten bij haltes niet of slechts sporadisch wordt gecompenseerd achter ons zal liggen.

Gelet op het doel van een mogelijke Europese Verordeningen; het komen tot harmonisatie van de Europese vervoersmarkt, lijkt het zaak om nu te komen tot een uniforme compensatie regeling, zo bij die regeling aansluiting gezocht zal kunnen worden in een te ontwerpen Verordening, veeleer dan het tegenovergestelde en afwachten waar ‘Europa’ mee zal komen!

Jeroen van Vliet, advocaat.