Compensatie t.b.v. weidevogelgebied door middel van koop- en huuroptie toereikend.

Bestuursrecht. Bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State was de vraag neergelegd naar de wijze waarop compensatie plaatsvindt voor de verstoring van weidevogelgebied door windturbines. In een daartoe opgestelde notitie is de conclusie getrokken dat 10 hectare compensatiegebied geschikt gemaakt moet worden voor weidevogels. De bouwer heeft naar aanleiding van deze notitie een koopoptie gesloten voor het aankopen van 3,4 hectare weidegebied in de directe nabijheid van het plangebied dat wordt ingericht als weidevogelbroedgebied. Daarnaast is door een huuroptie overeengekomen met grondeigenaren voor een aanvullende 5,5 hectare, drie kilometer ten noorden van het plangebied, waarbij het perceel gedurende de exploitatieduur van het windpark zal worden beheerd als weidevogelgebied.

De Afdeling oordeelt dat het college van gedeputeerde staten – hoewel de gewenste 10 hectare niet wordt gehaald – de compensatie die geboden wordt voldoende heeft kunnen achten. Deze compensatie vindt plaats onder de voorwaarden dat alle percelen jaarlijks met ruige stalmest worden bemest, dat de percelen niet gemaaid worden voor het einde van het broedseizoen en dat in het broedseizoen op de percelen geen landbouwactiviteit of bezoek plaats mag vinden. “Gelet op het vorenstaande heeft de raad bij de vaststelling van het plan er vanuit mogen gaan dat de maatregelen die ter compensatie van de verstoring van het weidevogelgebied worden getroffen toereikend zijn.”

ABRS 11 januari 2012, 201001213/1/R4

Yolanda van Baak, sr juridisch medewerker bestuursrecht