Bouwkundige ondergeschiktheid

Bestuursrecht. In bestemmingsplannen is in definities nogal eens opgenomen dat een aanbouw of bijgebouw ondergeschikt moet zijn aan het hoofdgebouw. Een definitie of omschrijving van wat onder “ondergeschikt aan het hoofdgebouw” moet worden verstaan ontbreekt dan meestal. Hieruit volgt dan veelal discussie met de gemeente of het plan wel of niet aan die bouwkundige ondergeschiktheid en daarmee dus wel of niet aan het bestemmingsplan voldoet. Of een bouwplan wel of niet aan het bestemmingsplan voldoet is vooral van belang in verband met de proceduretijd. Op een bouwplan dat aan het bestemmingsplan voldoet dient binnen 8 weken na aanvraag van een omgevingsvergunning te zijn beslist. Als niet tijdig is beslist, is de vergunning van rechtswege afgegeven volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voor een bouwplan dat niet past in het bestemmingsplan dient een procedure te worden gevoerd ter afwijking van het bestemmingsplan. Dat duurt meestal langer dan wanneer die procedure ter afwijking van het bestemmingsplan niet nodig is. Daarnaast betekent zo’n procedure ter afwijking van het bestemmingsplan ook dat wat derden, zoals buren, daartegen aan belangen inbrengen bij de beslissing tot omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders dient te worden afgewogen. Het college dient dan af te wegen of zij gezien alle belangen die bij het bouwplan spelen met de afwijking van het bestemmingsplan akkoord kunnen gaan. Dit laatste is niet het geval als het bouwplan past in het bestemmingsplan, dan kan het bestemmingsplan geen reden zijn om de omgevingsvergunning te weigeren.

Voor het begrip bouwkundige ondergeschiktheid is de discussie of het bouwplan past in het bestemmingsplan voorbij. De Afdeling herhaalt in haar uitspraak van 1 februari 2012 wat zij in november 2007 heeft uitgesproken. Van bouwkundige ondergeschiktheid is sprake indien er tussen verschillende gedeelten van een bouwwerk een onderscheid in bouwlagen is. Op 1 februari heeft de Afdeling dit verder toegelicht. Daarin was sprake van een onderscheid in bouwlagen tussen verschillende gedeelten van een bouwwerk. Toch kwam hier de vraag op of er sprake was van ondergeschiktheid. De aanbouw was namelijk langer dan het hoofdgebouw en (daarmee) overschreed de oppervlakte van de aanbouw de oppervlakte van het hoofdgebouw. Met andere woorden, de aanbouw was in vierkante meters groter dan die van het hoofdgebouw. Er is toch sprake van bouwkundige ondergeschiktheid in dat geval omdat de aanbouw een bouwlaag lager is dan dat kleinere hoofdgebouw.

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
1 februari 2012, zaaknummer 201107511/1/A1

Yolanda van Baak, sr. juridisch medewerker bestuursrecht