Boetebedingen in overeenkomsten

Contractenrecht. In overeenkomsten komen vaak boetebedingen voor. Geregeld valt in een overeenkomst te lezen dat indien één van de partijen tekortschiet in de nakoming van één of meer verplichtingen uit de overeenkomst deze partij jegens de andere partij een onmiddellijke opeisbare boete van een vaak hoog bedrag is verschuldigd. Op een dergelijk boetebeding zijn veel variaties mogelijk.

Het opnemen van een boetebeding kan meerdere functies hebben. Enerzijds kan een boetebeding in een overeenkomst partijen aansporen om tot nakoming van verplichtingen uit de overeenkomst over te gaan. Een boete van enkele duizenden euro’s bij het te laat leveren van zaken kan voor de verkoper een extra prikkel zijn om over te gaan tot nakoming van zijn verplichting tot tijdige levering van de door hem verkochte zaken. Anderzijds kan een boetebeding de functie hebben van een schadevergoedingsbeding. De verschuldigde boete is dan een fixatie bij voorbaat van verschuldigde schadevergoeding ten gevolge van het niet nakomen van de verplichtingen uit de overeenkomst. In de praktijk heeft een boetebeding vaak beide functies, maar dit hangt af van de uiteindelijke tekst van het boetebeding en de bedoeling van partijen.

Indien een boetebeding is opgenomen in een overeenkomst dan kan de partij de boete inroepen als er sprake is van wanprestatie aan de zijde van de andere partij, behalve als er sprake is van overmacht. Partijen kunnen echter ook afspreken dat de boete verschuldigd is, ook al is er sprake van overmacht.

Het inroepen van een boetebeding kan diverse gevolgen hebben. Zo kan een partij niet tegelijkertijd nakoming van de verplichting en betaling van de boete vorderen, tenzij de boete op de enkele vertraging is gesteld. Bovendien treedt de boete in plaats van de aanvullende en vervangende schadevergoeding die op grond van de wet is verschuldigd, echter partijen kunnen hierover in een overeenkomst afwijkende afspraken maken.

Laat u dus goed informeren over het opnemen van een boetebeding in de overeenkomst. Let daarbij ook goed op algemene voorwaarden, omdat boetebedingen daarin geregeld voorkomen.

Een rechter heeft de bevoegdheid een bedongen boete te matigen of aan te vullen. In de wet is bepaald dat matiging van de boete slechts mogelijk is indien “de billijkheid dit klaarblijkelijk eist”. Deze maatstaf brengt mee dat de rechter pas als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken. De rechtbank dient daarbij te letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het boetebeding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.

In de praktijk komt matiging van een boetebeding niet vaak voor. Recentelijk heeft het gerechtshof ’s-Gravenhage wel aanleiding gezien om een aan haar voorgelegde boete te matigen. Kort samengevat was de casus als volgt. Een vrouw was in dienst getreden bij een manege. Kort na de indiensttreding heeft de vrouw twee paarden gekocht van de manege. Partijen spraken af dat de paarden op de manege zouden blijven en dat de vrouw de koopsom binnen twintig jaar zou aflossen. Partijen kregen echter een conflict en de vrouw besloot de paarden van de manege weg te voeren naar elders. Vervolgens loopt het conflict hoog op; partijen deden over en weer aangifte en de manege legde zelfs conservatoir beslag op de paarden.

De manege meent dat er sprake is van wanprestatie, omdat partijen hadden afgesproken dat de paarden op de manege zouden blijven en de vrouw de paarden tegen deze afspraak in had afgevoerd. De manege gaat dan ook over tot ontbinding van de overeenkomst. De manege maakt tevens aanspraak op een boete van € 10.000,00. In de overeenkomst was namelijk opgenomen dat indien één van de partijen, (….) , gedurende acht dagen tekortschiet in de nakoming van één of meer verplichtingen, deze partij dan in verzuim is en een onmiddellijk opeisbare boete van € 10.000,00 verbeurt. De vrouw weigerde betaling, waarop de manage zich wendde tot de rechtbank. De rechtbank stelde de manege in het gelijk en veroordeelde de vrouw tot betaling van de boete.

De vrouw stelde echter hoger beroep in. Het gerechtshof oordeelde vervolgens dat er sprake was van wanprestatie aan de zijde van de vrouw en onderzocht of er omstandigheden waren om over te gaan tot matiging van de boete. Uiteindelijk oordeelde het gerechtshof dat toepassing van het boetebeding in dit geval tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidde, omdat de manege nauwelijks schade had geleden. De schade van de manege was beperkt tot de proceskosten, waarvoor de wet een aparte regeling kent. Bovendien hechtte het Gerechtshof belang aan de weinig florissante financiële positie van de vrouw en het feit dat de manege ook een aandeel had in het hoog opgelopen conflict. De boete werd gematigd tot nihil.

Bent u geconfronteerd met een boetebeding of wilt u meer informatie over het opnemen van boetebedingen in overeenkomsten neemt u dan contact met ons op.

Rosie de Weerd, Advocaat