Verhuur zakelijke auto aan fiscale partner levert bijtelling op wegens privégebruik
In 2007 wonen de man en vrouw samen. Zij hebben gekozen voor het fiscaal partnerschap. Tot het gezin behoren twee kinderen. De man drijft een eenmanszaak. Tot het ondernemingsvermogen behoort een personenauto. De man en vrouw hebben daarnaast ook nog elk privé een auto.
Voor de auto die tot het ondernemingsvermogen behoort, wordt een kilometeradministratie bijgehouden. De verreden kilometers zijn in dit overzicht onderverdeeld in zakelijke kilometers, verhuurkilometers en privékilometers.
De man stelt dat hij de auto aan zijn vrouw verhuurt. De onder verhuur genoteerde kilometers betreffen de verreden kilometers door zijn vrouw. De auto is in 2007 38 keer door de vrouw (aldus fiscale partner) gebruikt. De afspraken over de verhuur zijn mondeling gemaakt.
De inspecteur stelt dat de auto niet door andere personen dan de man en zijn fiscale partner zijn gebruikt. Tevens is gebleken dat de auto voor privédoeleinden is gebruikt. De auto stond aldus niet geheel ter beschikking van de onderneming. De inspecteur legt een navorderingsaanslag (en boete) op, omdat ten onrechte geen bijtelling wegens privégebruik auto heeft plaatsgevonden. In geschil is of de navorderingsaanslag terecht is opgelegd. De man is van mening dat de bijtelling wegens privégebruik niet terecht is gelet op de kilometeradministratie.
De rechtbank Leeuwarden overweegt ondermeer het volgende.
De inspecteur mag afgaan op de aangifte van een belastingplichtige en mag uitgaan de van juistheid van de gegevens die bij zijn aangifte zijn verstrekt. De inspecteur is slechts gehouden een nader onderzoek in te stellen indien hij – na met een normale zorgvuldigheid kennis te hebben genomen van de inhoud van de aangifte – aan de juistheid van enig daarin opgenomen gegevens in redelijkheid behoort te twijfelen dan wel indien er bijzondere omstandigheden zijn die hem reden geven aan de juistheid van de aangifte te twijfelen (vergelijk onder andere Hoge Raad 7 december 2007, nr 43 489, V-N 2007/58.14).
De rechtbank is van oordeel dat de aangifte (alsmede de overgelegde kilometeradministratie /rittenkaart) geen aanleiding behoefde om een nader onderzoek in te stellen. Tijdens de periode dat de auto aan de fiscale partner is verhuurd, is die voor een gezinsvakantie in Frankrijk en is er met de auto 3.910 kilometer gereden. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze vakantiekilometers aan te merken als privékilometers zodat met de auto meer dan 500 privékilometers zijn gereden. Dat de auto aan de vrouw is verhuurd, verandert hier niets aan. Over de boete overweegt de rechtbank dat de man zich ervan bewust moet zijn geweest dat de vakantiekilometers, waarbij hij (mede)gebruiker van de auto was, als privékilometers zijn aan te merken..
De man heeft geen ander bewijs aangedragen om zijn stelling te onderbouwen dat de kilometrages zoals vermeld in de rittenkaarten geen kilometers zijn die voor privédoeleinden zijn gereden. De boete van 25% is terecht opgelegd omdat er sprake is van grove schuld van de ondernemer. De rechtbank Leeuwarden wijkt dus niet af van de beslissing van de inspecteur.
Rechtbank Leeuwarden, 22 november 2011, AWB 10/2628.
D atum publicatie op rechtspraak.nl 23 januari 2012
Denise van Donk, advocaat.