Bestuurdersaansprakelijkheid van enig bestuurder wegens niet afsluiten aansprakelijkheidsverzekering
Aansprakelijkheid en verzekering. Recentelijk oordeelde de rechtbank ‘s Gravenhage dat de (enig) bestuurder van een besloten vennootschap persoonlijk aansprakelijk was wegens het niet zorg dragen voor een aansprakelijkheidsverzekering voor de vennootschap.
H.T.C. Horeca B.V. (verder te noemen: HTC) werd als eigenaar en exploitant van het uitgaanscentrum Event Plaza, in 2007 door een bezoeker gedagvaard voor de rechter. De bezoeker was op 6 mei 2006 tijdens een klim op een klimmuur van het uitgaanscentrum ten val gekomen doordat het bevestigingskoord van het zogenaamde valvertragend klim- en afdaalapparaat brak. De bezoeker liep door de val ernstig en blijvend letsel op. In 2008 bereikten partijen ter comparitie voor de rechtbank een schikking. De schikking hield in dat HTC vóór 1 februari 2009, tegen finale kwijting, een schadevergoeding van € 60.000,- aan de bezoeker zou betalen.
HTC is niet overgegaan tot betaling van het schikkingsbedrag en de eiser heeft tevergeefs getracht om de vordering op vermogensbestanddelen van HTC te verhalen. HTC bood geen verhaalsmogelijkheden; in 2003 had HTC alle roerende en onroerende zaken die aan haar in eigendom toebehoorden overgedragen aan Event Plaza Beheer B.V. Sinds 2000/ 2001 had HTC bovendien reeds geen materiële activa van enige betekenis in eigendom en beschikte HTC evenmin over liquide middelen in de vorm van banktegoeden. Daarnaast was de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van HTC, met ingang van 1 januari 2005 door de verzekeraar beëindigd en nadien was door HTC geen nieuwe aansprakelijkheidsverzekering afgesloten.
In 2010 heeft de bezoeker daarom de (enig) bestuurder van HTC (gedaagde), tevens zijnde de directeur van HTC, op grond van een onrechtmatige daad persoonlijk aansprakelijk gesteld. De rechtbank oordeelde dat de bestuurder van HTC zelfstandig en dus los van HTC aansprakelijk was voor de schade die de bezoeker had geleden doordat de gedaagde als bestuurder van HTC geen aansprakelijkheidsverzekering had afgesloten, ten gevolge waarvan HTC haar schadevergoedingsverplichting jegens de eiser niet is nagekomen. De rechter baseerde dit oordeel op het volgende.
Van een professioneel bedrijf dat haar bezoekers risicovolle activiteiten aanbiedt, die tot (aanzienlijke) letsel- of overlijdensschade kunnen leiden, mag verwacht worden dat zij zorg draagt voor een deugdelijke aansprakelijkheidsverzekering, zodat een voorziening wordt getroffen voor het geval het bedrijf zelf niet zou kunnen voldoen aan haar verplichting tot vergoeding van de schade. Dit is slechts anders indien het bedrijf op een andere wijze een afdoende voorziening heeft getroffen.
Het verwijt dat de bestuurder met ingang van 1 januari 2005 is te maken, is dat hij niet zorg heeft gedragen voor een aansprakelijkheidsverzekering, terwijl hij welbewust heeft besloten om de risicovolle activiteiten in de klimhal voort te zetten, terwijl hij wist dat HTC op geen enkele wijze verhaal bood voor eventueel door bezoekers geleden schade waarvoor HTC aansprakelijk kan worden gehouden.
Tevens oordeelde de rechtbank dat voor zover het voor HTC op enig moment niet mogelijk zou geweest om daadwerkelijk verzekeringsdekking te realiseren (hetgeen door de bestuurder werd betoogd), zij onder de gegeven omstandigheden haar risicovolle activiteiten had moeten staken totdat daadwerkelijk verzekeringsdekking kon worden gerealiseerd.
De rechtbank veroordeelde de bestuurder om aan de eiser een bedrag van € 60.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente en tot de betaling van de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.
In deze zaak leidde de combinatie van meerdere specifieke factoren (riskante activiteiten die tot (aanzienlijke) letsel- of overlijdensschade konden leiden; het welbewust voortzetten van de risicovolle activiteiten, terwijl de vennootschap op geen enkele wijze verhaal bood; het verplaatsen van de activa naar een andere beheersvennootschap) gezamenlijk met het niet zorg dragen voor een aansprakelijkheidsverzekering tot de aansprakelijkheid van de enig bestuurder van de vennootschap. Uit deze uitspraak volgt derhalve niet dat slechts het niet afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering steeds zal leiden tot de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder. Wel is het voor vennootschappen en bestuurders raadzaam om er zorg voor te dragen dat voor schade waarvoor de vennootschap op geen andere wijze verhaal biedt, een deugdelijke verzekering wordt afgesloten. Hiermee voorkomt u dat in een voorkomend geval de bestuurders van uw vennootschap of u zelf als bestuurder in uw privévermogen wordt aangesproken en wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade.
(Rechtbank 's-Gravenhage , 1 juni 2011, zaaknr. 372794 / HA ZA 10-2839, LJN: BR6132.)